Anneke Dekkers-Dubbeldam over middelmatigheid
Mijn moeder is
geboren in 1927. Ze leidt een druk en gevarieerd bestaan: ze is actief in de
kerk, geeft therapie, zit in een studieclub, leest en studeert graag, heeft
verschillende eetgroepen en is bijna altijd bezig. Ze heeft zes kinderen. Haar
man, mijn vader is overleden in 1990. Daarna is mijn moeder theologie gaan
studeren, gevolgd door een masteropleiding Geestelijke leiding. Ik vind mijn
moeder een bijzondere vrouw. Niet bepaald middelmatig en zeker niet als je
kijkt naar haar generatiegenoten. Ze is opgegroeid in de tijd voor de tweede
wereldoorlog, waarin de verschillende klassen nog de verhoudingen bepaalden.
Veel te vroeg volwassen geworden tijdens de tweede wereldoorlog, daarna
getrouwd en zes kinderen grootgebracht. De eerste tijd heeft ze ingewoond bij
de schoonfamilie die haar als een soort huishoudelijke hulp behandelden. Tja,
mijn vader hoorde bij een iets betere klasse. Zo was dat blijkbaar in die tijd.
Hoe denkt ze
zelf over middelmatigheid?
´Ik vind mezelf nu
wel middelmatig, maar dat heb ik lang niet altijd gevonden. Dat komt ook door
mijn jeugd. We vormden de arme tak van de familie. Om ons op de been te houden
verzetten mijn zus en ik ons tegen materialisme. We dachten: zij mogen dan het geld
hebben, wij hebben de hersens! Dat heb ik mijn leven lang volgehouden. Ik heb
altijd geweten dat ik slim was, ik was altijd de beste van de klas. Ik wilde
naar de HBS, maar de Mulo, die ik heb gedaan, was in die tijd al heel wat. Het
was mijn eer om de beste te zijn.
Achteraf bezien was
ik wel intelligent, maar niet heel erg intelligent. Ik geef mezelf een 8. Ik
ben heel leergierig.´
Leider
Mijn moeder neemt
een vooraanstaande rol in de kerk in. Als er een clubje was, was zij vaak de
voorzitter. Een echte leider?
´Van jongs af aan
wist ik al dat ik een leiderstype was. Dat was ik ook ten opzichte van mijn
zus, ook al was ik de jongste. Omdat mijn vader invalide werd voelde ik me ook
voor mijn ouders heel verantwoordelijk
Ik vind dat ik veel meegekregen heb in mijn karakter. Ik heb gereedschap gekregen om me te ontwikkelen: doorzettingsvermogen, leiderschap, leergierigheid. Ik vind het fijn om die eigenschappen te gebruiken in de omgang met anderen, met groepen.´
Hoe is het dan om, in haar wereld, aan de top te staan?
Het is een cliché,
maar het is waar; ik voel me soms eenzaam. Als ik tegen anderen zeg wat ik echt
voel, geloven ze me niet. Ze willen het ook niet geloven en weten, bijvoorbeeld
dat ik onzeker ben of ik iets goed gedaan heb, of dat ik ergens tegen op zie.
Iets anders is dat sommige mensen met me gaan wedijveren, dat kan ik me best
voorstellen. Ik heb daar zelf helemaal geen zin in, maar blijkbaar willen
anderen bewijzen dat ze ook goed zijn.
Aan de andere kant,
het is natuurlijk ook wel vleiend.
En toch vind je jezelf middelmatig?
Ja, toch wel. In
mijn kleine wereldje beteken ik wat, maar ik had liever nog meer betekend. Ik
had wel Ella Vogelaar willen zijn. Maar daar mis ik toch het nodige voor. Ik
vind het niet prettig middelmatig te zijn. Ik hunker blijkbaar naar erkenning.
Ik zou graag op een hoger niveau willen leven; nobel, een hoge geest. Ik heb
hele strenge waarden en normen voor mezelf, het is niet gauw goed. Ik vind het
moeilijk mijn zwakke kanten te accepteren. Het moet altijd beter. Dat heeft er
wel voor gezorgd dat ik me flink ontwikkeld heb. Misschien niet zo veel als ik
zou willen, maar ik ben toch een heel eind gekomen! Ik ben er trots op dat ik
afgestudeerd ben en mijn masters gehaald heb. Pas toen wist ik dat wat er in me zat uitgekomen is, dat is
een fijn gevoel.


Het nieuwe boek over provocatief coachen van Anneke Dekkers en Karin de Galan. Met dvd. Koop het boek
Reacties